Concordance KWIC

What is this?

Keyword-in-Context shows every occurrence of a word across the texts you choose, one line each, with the word aligned in the middle and its surrounding words on either side. Reading down the centre column lets you see at a glance how the word is used — its recurring neighbours, fixed phrases, and different senses across traditions. It's a tool for studying a word; to find a passage to read, use Search instead.

500 occurrences of Abraham across 48 texts in /nl · showing the first 500
nl/Christendom/Handelingen 1.txt 7
ndelen door onze eigen kracht of vroomheid? 3:13 De God van Abraham en van Isaäk en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijn
d, hetwelk God met onze vaderen gemaakt heeft, zeggende tot Abraham : "Door uw zaad zullen alle volken der aarde gezegend worden
, hoort toe. De God der heer lijkheid verscheen onzen vader Abraham , toen hij nog in Mesopotamië was, eer hij woonde in Haran,
en overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham voor geld gekocht had van de zonen van Hemor, den vader van
vader van Sichem. 7:17 Toen nu de tijd der belofte, die God Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk en vermenigvuldigde z
des Heren tot hem: 7:32 "Ik ben de God uwer vaderen, de God Abraham s en de God Isaäks en de God Jakobs." En Mozes begon zeer te
eten ontbinde." 13:26 Gij mannen broeders, gij kinderen van Abraham s geslacht, en wie onder u God vrezen, tot u is het woord de
nl/Bahá'í/Secondary texts/Bahai Studies/Baha'i Vizier Index.txt 1
. 174 (deel 2). Aboriginals. 153-2:93 Aboriginals. 154-1:42 Abraham en de afgoden-aanbidder. 152-4:167 Adrianopel - Het land va
nl/Islam/De Koran.txt 77
ar zal baten, noch zullen zij worden geholpen. 124. En toen Abraham s Heer hem met zekere opdrachten beproefde en Abraham deze v
n toen Abrahams Heer hem met zekere opdrachten beproefde en Abraham deze vervulde, zeide Hij: "Ik zal u tot leider der mensen m
ervulde, zeide Hij: "Ik zal u tot leider der mensen maken". Abraham vroeg: "En ook aran onder mijn nakomelingen?" Hij zeide: "M
een toevluchtsoord maakten, zeggende: "Neemt de plaats van Abraham als een plaats voor gebed". En Wij geboden Abraham en Ismaë
aats van Abraham als een plaats voor gebed". En Wij geboden Abraham en Ismaël, zeggende: "Reinigt Mijn Huis voor degenen, die d
ie zich neder buigen en zich ter aarde werpen. 126. En toen Abraham bad: "Mijn Heer, maak deze plaats toch tot een oord van vre
r drijven: het is een slechte verblijfplaats". 127. En toen Abraham en Ismaël de muren van het Huis optrokken, biddende: "Heer,
chtige, de Alwijze. 130. En wie zal zich van het geloof van Abraham afwenden, behalve hij, die dwaas tegen zichzelf handelt? Vo
de Heer der Werelden onderworpen". 132. En hetzelfde legde Abraham aan zijn zonen op en Jacob deed desgelijks, zeggende: "O mi
oordden: "Wij zullen uw God aanbidden, de God uwer vaderen, Abraham , Ismaël en Izaäk, de enige God, aan Hem zijn wij onderworpe
en geleid". Zeg (hun): "Neen, maar (volg) de godsdienst van Abraham , de oprechte: hij behoorde niet tot de afgodendienaren". 13
in Allah en in hetgeen ons is geopenbaard en in hetgeen tot Abraham , Ismaël, Izaäk, Jacob en de stammen werd nedergezonden en i
n Hem alleen zijn wij oprecht toegewijd. 140. Zegt gij, dat Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen Joden of Christen
len zij wonen. 258. Hebt gij niet vernomen van hem, die met Abraham over zijn Heer redetwistte, omdat Allah hem het koninkrijk
detwistte, omdat Allah hem het koninkrijk had gegeven? Toen Abraham zeide: "Mijn Heer is Hij, die het leven geeft en doet sterv
n doet sterven", zeide hij: "Ik geef leven en doe sterven." Abraham zeide: "Nu, Allah doet de zon van het Oosten opgaan, doet g
weet, dat Allah macht heeft over alle dingen." 260. En toen Abraham zeide: "Mijn Heer, toon mij, hoe Gij de doden tot leven opw
ief. 33. Allah verkoos Adam en Noach en de nakomelingen van Abraham en de nakomelingen van Imraan boven de volkeren. 34. Afstam
ijn." 65. O, mensen van het Boek, waarom redetwist gij over Abraham , wanneer de Torah en het Evangelie eerst na hem werden geop
rvan gij geen kennis hebt? Allah weet en gij weet niet. 67. Abraham was noch een Jood, noch een Christen, maar hij was een opre
ehoorde niet tot de afgodendienaren. 68. Voorzeker, zij die Abraham het dichtst nabijkomen, zijn degenen, die hem volgen; en de
etgeen ons werd geopenbaard en hetgeen werd geopenbaard aan Abraham , Ismaël, Izaäk, Jacob, en de stammen en hetgeen aan Mozes e
heeft de waarheid gesproken; volgt daarom de godsdienst van Abraham , de oprechte, hij behoorde niet tot de afgodendienaren. 96.
n. 97. Daarin zijn duidelijke tekenen: het is de plaats van Abraham en wie het binnengaat is in vrede. En de bedevaart naar het
loed heeft gegeven? Waarlijk, Wij gaven aan de kinderen van Abraham het Boek en de Wijsheid en Wij gaven hun ook een groot koni
onderwerpt en die het goede doet en de godsdienst volgt van Abraham de oprechte? Allah nam Abraham tot vriend. 126. En aan Alla
t en de godsdienst volgt van Abraham de oprechte? Allah nam Abraham tot vriend. 126. En aan Allah behoort alles, wat in de heme
en na hem openbaring zonden en Wij gaven een openbaring aan Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen; en aan Jezus, Jo
het zichtbare. Hij is de Alwijze, de Al- kennende. 74. Toen Abraham tot zijn vader Azar zeide: "Neemt gij afgoden tot Goden? Ik
zie u en uw volk in duidelijke dwaling." 75. Zo toonden Wij Abraham het koninkrijk der hemelen en der aarde, opdat hij tot de v
j zijn recht geleid. 83. En dit is onze bewijsgrond die Wij Abraham tegen zijn volk gaven. Wij verheffen graadsgewijze, wie Wij
het rechte pad geleid - een goed geloof, de godsdienst van Abraham , de oprechte. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren."
waren? Het volk van Noach en Aad en Samoed en het volk van Abraham en de bewoners van Midian en van de steden die verwoest wer
lk der hel zullen zijn. 114. Het vragen om vergiffenis door Abraham voor zijn vader, geschiedde alleen wegens een belofte die h
jand van Allah was, trok hij zich van hem terug. Voorzeker, Abraham was uiterst zachtmoedig, verdraagzaam. 115. En Allah laat e
oorzeker Onze boodschappers kwamen met blijde tijdingen tot Abraham . Zij zeiden: "Vrede zij met u." Hij antwoordde: "Vrede zij
orzeker, Hij is Geprezen, Glorierijk." 74. En toen de vrees Abraham verliet en de blijde tijding tot hem kwam, begon hij met on
begon hij met ons over het volk van Lot te redetwisten. 75. Abraham was inderdaad verdraagzaam, zachtmoedig en wendde zich dikw
zaam, zachtmoedig en wendde zich dikwijls (tot God). 76. "O Abraham , wend u hiervan af. Het gebod van uw Heer is uitgegaan en e
vohnaken, zoals Hij die voordien aan twee uwer voorvaderen, Abraham en Izaak had voltooid. Voorwaar, uw Heer is Alwetend, Alwij
and gedaan. 38. "En ik volg de godsdienst van mijn vaderen, Abraham , Izaak en Jacob. Het betaamt ons niet dat wij iets met Alla
ek bezit zijn toereikend als getuigen tussen u en mij." 14. Abraham (Ibrahiem) Geopenbaard vóór de Hidjrah. Dit hoofdstuk heeft
e mens is zeer onrechtvaardig, zeer ondankbaar. 35. En toen Abraham zeide: "Mijn Heer maak deze stad (oord van) vrede en weerho
dat Mijn straf de pijnlijke straf is. 51. En vertel hun van Abraham s gasten. 52. Toen zij bij hem binnentraden zeiden zij "Vred
ouw hebben en goed maken - Vergevensgezind, Genadevol. 120. Abraham was inderdaad een voorbeeld van deugd, oprecht, gehoorzaam
. Dan hebben Wij u (Mohammed) geopenbaard, "Volg de weg van Abraham , de oprechte, die geen afgodendienaar was." 124. De Sabbat
en tot Ons zullen zij worden teruggebracht. 41. En vermeld Abraham in het Boek. Hij was een waarheidslievend profeet. 42. Toen
lt worden," 46. Antwoordde hij: "Verzaakt gij mijn goden, o Abraham ? Indien gij niet ophoudt, zal ik u zeker uitbannen. Laat mi
zal ik u zeker uitbannen. Laat mij een tijd met rust." 47. Abraham zeide: "Vrede zij met u. Ik zal mijn Heer om vergiffenis vo
Wij met Noach droegen (in de ark) en van het nageslacht van Abraham en Israël; en zij behoren tot degenen die Wij leidden en ui
lt gij deze dan ontkennen? 51. En voorheen schonken Wij aan Abraham zijn rechtschapenheid en Wij kenden hem goed. 52. Toen hij
iden: "Wij hoorden een jonge man over hen spreken; hij heet Abraham ." 61. Zij zeiden: "Brengt hem dan voor de ogen des volks, o
en." 62. Zij vroegen: "Hebt gij dit onze Goden aangedaan, o Abraham ?" 63. Hij antwoordde: "Iemand heeft het gedaan; dit is de g
n." 69. Wij zeiden: "O vuur, wees koel en onschadelijk voor Abraham ." 70. En zij wensten hem kwaad te doen doch Wij deden hen d
len Wij een pijnlijke straf doen ondergaan. 26. En toen Wij Abraham de plaats voor het Huis (de Kaaba) aanwezen zeggende: "Vere
Noach en Aad en Samoed ook verloochend; 43. En het volk van Abraham en het volk van Lot; 44. En de inwoners van Midian eveneens
ienst geen lasten opgelegd - dit is het geloof van uw vader Abraham . Hij heeft u Moslims genoemd voorheen en in dit Boek, opdat
Genadevolle. 69. En verkondig aan het volk het verhaal van Abraham . 70. Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: "Wat aanbi
ten dit tot een teken voor alle volkeren. 16. En Wij zonden Abraham , en hij zeide tot zijn volk: "Aanbid Allah en vrees Hem. Da
zijn zeker tekenen voor een volk dat wil geloven. 25. Hij ( Abraham ) zeide: "Gij hebt naast Allah slechts afgoden voor u gekoze
n gij zult geen helper hebben." 26. En Lot geloofde in hem. Abraham zeide: "Ik vlucht naar mijn Heer; want Hij is de Almachtige
het volk dat onheil sticht." 31. En toen onze boodschappers Abraham het nieuws brachten, zeiden zij: "Wij willen het volk dezer
n Wij met de profeten een verbond sloten: met u, met Noach, Abraham , Mozes, en Jezus de zoon van Maria, sloten wij een hecht ve
deren verdrinken. 83. En voorwaar, tot zijn partij behoorde Abraham ; 84. Toen hij tot zijn Heer kwam met een deemoedig hart; 85
? 87. Hoe denkt gij over de Heer der Werelden?" 88. En hij ( Abraham ) redetwistte over de sterren, 89. En zei: "Ik ben er ziek v
t op zijn voorhoofd had gelegd, 104. Riepen Wij hem toe: "O Abraham , 105. Gij hebt de droom reeds vervuld. Zo belonen Wij inder
hem onder de komende geslachten (de groet): 109. "Vrede zij Abraham ." 110. Zo belonen Wij hen die goed doen. 111. Voorwaar, hij
naar en altijd tot Ons geneigd. 45. En gedenk Onze dienaren Abraham , Izaak en Jacob, de bezitters van macht en inzicht. 46. Wij
ch oplegden en die Wij bovendien aan u openbaren en die Wij Abraham , Mozes en Jezus oplegden: "Bevestigt deze godsdienst en wee
dan hoe het einde der loochenaars was, 26. En (gedenkt) hoe Abraham tot zijn vader en zijn volk zeide: "Ik heb voorzeker iets u
ad de waarheid zoals gij spreekt. 24. Heeft het verhaal van Abraham s geeerde gasten u bereikt? 25. Toen zij bij hem binnentrade
iden zij. "Voorzeker, Hij is de Alwijze, de Alwetende." 31. Abraham zeide: "Wat is uw taak, o boodsehappers?" 32. Zij antwoordd
over hetgeen in de geschriften van Mozes staat, 37. En van Abraham , die de geboden hield? 38. Dat geen drager van last de last
eker, Allah is Sterk, Almachtig. 26. En Wij zonden Noach en Abraham , en Wij plaatsten in hun nageslacht het profetenambt en het
t alles wat gij doet. 4. Er is een goed voorbeeld voor u in Abraham en degenen die met hem waren toen zij tegen hun volk zeiden
j in Allah, de Enige gelooft." - uitgezonderd het woord van Abraham tot zijn vader: "Ik zal zeker om vergiffenis voor u vragen,
is in vroegere geschriften vermeld, 19. De geschriften van Abraham en Mozes. 88. Het Overweldigende Evenement (Al-Ghaasjijah)
nl/Christendom/2Corinthiërs 1.txt 1
ij Hebreeën? Ik ook. Zijn zij Israëlieten? Ik ook. Zijn zij Abraham s zaad? Ik ook. 11:23 Zijn zij dienaars van Christus? --Ik s
nl/Bahá'í/Secondary texts/Bahai Studies/Woordenlijst.txt 3
d zowel een letterlijke betekenis als een numerieke waarde. Abraham : Zie Genesis 11 : 25 en Beantwoorde Vragen hoofdstuk IV. Ge
de Sinaï, bewoond door de nakomelingen van Midian, zoon van Abraham en Keturah. Qur'án, surah 7,83. Mihdí: Titel van de Manifes
od: In mohammedaanse commentaren voorgesteld als degeen die Abraham vervolgde. Noach: Een profeet aan wie de Mohammedanen de ti
nl/Islam/Quran - Keyzer.txt 82
bemiddeling baten en geene redding zijn zal. 2:124 Toen God Abraham met zekere woorden beproefde en deze Zijne geboden vervulde
r menschen en een toevluchtsoord oprichtten zeggende: Neemt Abraham s huis bedeplaats, sloten wij een verbond met Abraham en Ism
Neemt Abrahams huis bedeplaats, sloten wij een verbond met Abraham en Ismaël, dat zij dit huis zouden reinigen, zoowel voor di
lke het bezoeken en zich er biddend nederwerpen. 2:126 Toen Abraham zeide: Heer maak dit eene plaats van zekerheid en geef aan
r der hel drijven. Eene harde reis zal dat zijn. 2:127 Toen Abraham en Ismaël den grondslag voor dit huis legden, baden zij: o
ste en wijste. 2:130 Wie zal afkeer voor den godsdienst van Abraham hebben? Slechts hij, wiens hart ingebeeld is. Wij hebben he
hij: ik onderwerp mij den meester van het heelal. 2:132 En Abraham leerde zijnen kinderen dien godsdienst, en ook Jacob deed d
den: wij zullen uwen God aanbidden, en den God uwer vaderen Abraham , Ismaël en Izaak; den eenigen God; hem willen wij onderworp
gij op den rechten weg. Zegt hun: Wij volgen het geloof van Abraham , den waren geloovige, die geen afgodendienaar was. 2:136 Ze
hij ons heeft geopenbaard, en wat hij heeft geopenbaard aan Abraham , Ismaël, Izaak en Jacob en de stammen, en aan datgene wat M
wij zijn hem oprecht onderworpen. 2:140 Wilt gij zeggen dat Abraham , Izaak, Jacob en de stammen, Joden of Christenen zijn gewee
ar blijven. 2:258 Hebt gij niet teruggeblikt op hem die met Abraham over God heeft gestreden, omdat God hem het koninkrijk had
t gestreden, omdat God hem het koninkrijk had gegeven. Toen Abraham zeide: Mijn Heer is hij, die leven geeft en doodt. Hij antw
geeft en doodt. Hij antwoordde: Ook ik maak levend en dood. Abraham hernam: Hij brengt de zon van het Oosten hierheen, breng gi
, riep hij uit: Nu weet ik dat God almachtig is. 2:260 Toen Abraham zeide; O Heer! toon mij, hoe gij de dooden levend maakt, ze
t. 3:33 Zekerlijk, God heeft Adam en Noach en het gezin van Abraham en de familie Imram boven alle andere menschen gekozen. 3:3
ij! die de schrift hebt ontvangen, waarom twist gij omtrent Abraham ? De thora en het evangelie werden toch eerst na zijnen tijd
die gij niet kunt weten. God weet, maar gij weet niet. 3:67 Abraham was noch Jood noch Christen, maar hij was vroom en God onde
en God onderworpen en geen afgodendienaar. 3:68 Die, welke Abraham volgen, komen hem het dichtst nabij, en zijn profeet (Mahom
tgeen hij ons geopenbaard heeft, en aan datgene wat hij aan Abraham , en Ismaël, en Izaak, Jacob en de stammen heeft geopenbaard
achtig; volgt daarom den godsdienst van den rechtgeloovigen Abraham die geen afgodendienaar was. 3:96 De eerste tempel voor de
. 3:97 Daarin zijn duidelijke teekens. Dit is de plaats van Abraham , en wie die betreedt, zal veilig zijn. Het is de plicht van
d aan anderen heeft geschonken? Wij hebben het geslacht van Abraham een boek van wijsheid gegeven, en wij gaven hun een groot k
hij, die zich aan God overgeeft en goed doet, en de wet van Abraham den Vrome volgt? naardien God Abraham tot zijnen vriend hee
d doet, en de wet van Abraham den Vrome volgt? naardien God Abraham tot zijnen vriend heeft genomen. 4:126 Aan God behoort alle
enbaarden en de profeten, die hem opvolgden; zooals wij aan Abraham openbaarden, en Ismaël, en Izaak en Jacob en de stammen, en
geheim of openbaar is; Hij is de wijze, de alwetende. 6:74 Abraham zeide tot zijn vader Azer: neemt gij beelden tot goden? Waa
in eene duidelijke dwaling verkeert. 6:75 En zoo deden wij Abraham het koninkrijk van hemel en aarde zien, opdat hij een mocht
geleid worden. 6:83 En dit is onze bewijsreden, waarvan wij Abraham hebben voorzien, opdat hij daarvan tegen zijn volk gebruik
op een rechten weg, eenen waren godsdienst: het geloof van Abraham , den waren geloovige, en hij was geen afgodendienaar. 6:162
volk van Noach, van Ad en van Themoed, en van het volk van Abraham , en van de bewoners van Madian, en van de steden die verwoe
s geworden, dat zij bewoners der hel zullen zijn. 9:114 Ook Abraham vroeg geene vergiffenis voor zijn vader, anders dan ter vol
vijand van God was, onttrok hij zich daaraan, en waarlijk, Abraham was meêdoogend en menschelijk. 9:115 God is niet geneigd ee
ver weg verworpen? 11:69 Ook kwamen onze gezanten later tot Abraham met goede tijdingen. Zij zeiden: Vrede zij met u. En hij an
n; want hij is aanbiddenswaardig en roemrijk. 11:74 En toen Abraham s vreeze was geweken, twistte hij met ons nopens het volk va
en, twistte hij met ons nopens het volk van Lot; 11:75 Want Abraham was een zacht, medelijdend en inschikkelijk mensch. 11:76 D
en inschikkelijk mensch. 11:76 De engelen zeiden tot hem: O Abraham ! onthoud u hiervan; want thans is het bevel van uwen Heer g
Jacob, zooals hij dit vroeger heeft vervuld aan uwe vaderen Abraham en Izaak; want uw Heer is alwetend en wijs. 12:7 Waarlijk,
ven loochenen. 12:38 Ik volg den godsdienst mijner vaderen: Abraham , Izaak en Jacob. Het is ons niet geoorloofd, iets met God t
mensch is onrechtvaardig en ondankbaar. 14:35 Gedenk, toen Abraham zeide: O Heer! maak dit land tot eene plaats van volkomen v
is. 15:51 En verhaal hun de geschiedenis van de gasten van Abraham . 15:52 Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide
uw Heer, na hun berouw, genadig en barmhartig zijn. 16:120 Abraham was een voorbeeld van waren godsdienstijver, gehoorzaam aan
oor openbaring gesproken, zeggende: Volg den godsdienst van Abraham , die vroom en geen afgodendienaar was. 16:124 De Sabbat wer
, en tot ons zullen zij allen terugkeeren. 19:41 En herdenk Abraham en het boek van den Koran; want hij was iemand van groote g
t. 19:46 Zijn vader antwoordde: Verwerpt gij mijne goden, o Abraham ! Indien gij niet ophoudt, zal ik u zekerlijk steenigen; ver
ekerlijk steenigen; verlaat mij dus voor langen tijd. 19:47 Abraham antwoordde: Vrede zij op u! Ik zal van mijnen Heer vergiffe
n de ark met Noach bewaarden, en van de nakomelingschap van Abraham , en van Israël, en van hen welke wij geleid en gekozen hebb
zult gij die dus loochenen? 21:51 En wij gaven vroeger aan Abraham zijne leiding, en wij wisten dat hij de openbaringen waardi
oorden een jongman vol verwijtingen van hen spreken; hij is Abraham genaamd. 21:61 Zij zeiden: Brengt hem dus voor het volk, op
, zeiden zij tot hem: Hebt gij dit aan onze goden gedaan, o Abraham ? 21:63 Hij antwoordde: Neen: deze, de grootste van hen, hee
zeiden: Waarlijk, gij weet wel dat deze niet spreken. 21:66 Abraham antwoordde: Bidt gij dus naast God aan, wat u noch bevoorde
e goden; indien gij dit doet handelt gij wel. 21:69 En toen Abraham op den brandstapel was geworpen, zeiden wij: O vuur! wees k
pel was geworpen, zeiden wij: O vuur! wees koud en beveilig Abraham . 21:70 En zij trachtten hem een valstrik te spannen, doch w
j de plek van het gebouw van den Caaba tot een verblijf aan Abraham gaven, zeggende: Vereenig niets met mij, en houdt mijn huis
Noach en de stammen van Ad en Thamoed 22:43 En het volk van Abraham en het volk van Lot 22:44 En de bewoners van Madian hunne p
t welken hij u heeft gegeven: den godsdienst van uwen vader Abraham . Hij heeft u Moslems genoemd. Zoo wel te voren als in dit b
n de barmhartige. 26:69 En herinner hun de geschiedenis van Abraham . 26:70 Toen hij tot zijnen vader en zijn volk zeide: Wat aa
n, en wij dienen deze alle dagen met standvastigheid. 26:72 Abraham zeide: Hooren zij u als gij hen aanroept? 26:73 Of bevoorde
e tot een teeken voor alle schepselen. 29:16 Wij zonden ook Abraham . Hij zeide tot zijn volk: Dient God en vreest hem; dat zal
ijk, hierin waren teekenen voor hen die geloofden. 29:25 En Abraham zeide: Gij hebt afgoden naast God gekozen, uit gehechtheid
emand zijn om u te bevrijden. 29:26 Lot geloofde in hem. En Abraham zeide: Waarlijk, ik vlucht van mijn volk naar de plaats wel
n volk. 29:31 En toen onze gezanten met goede tijdingen tot Abraham kwamen, zeiden zij: Wij zullen zekerlijk de inwoners van de
eze stad verdelgen; want hare bewoners zijn zondaren. 29:32 Abraham antwoordde: Waarlijk, Lot woont daar. Zij hernamen: Wij wet
de profeten aannamen, en van u, o Mahomet! en van Noach, en Abraham , en Mozes en Jezus den zoon van Maria, en een standvastig v
e geloovigen. 37:82 Daarna verdronken wij de anderen. 37:83 Abraham was mede van zijnen godsdienst; 37:84 Toen hij met een volk
jn. 37:90 En zij keerden zich af en verlieten hem. 37:91 En Abraham wendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spotten
deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem. 37:99 En Abraham zeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer, die mij zal richten
n de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen. Zeide Abraham tot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik
beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, en Abraham zijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd. 37:104 Rie
op het aangezicht had gelegd. 37:104 Riepen wij hem toe: O Abraham ! 37:105 Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij d
rste nakomelingschap bewaren; 37:109 Namelijk: Vrede zij op Abraham ! 37:110 Zoo beloonen wij den rechtvaardige; 37:111 Want hij
ich dikwijls tot ons wendde. 38:45 Gedenk ook onze dienaren Abraham , Izaäk en Jacob, die dappere en voorzichtige menschen waren
ien wij u, o Mahomet! hebben geopenbaard, en welken wij aan Abraham , Mozes en Jezus hebben aanbevolen, zeggende: Neemt dezen go
onze gezanten van bedrog beschuldigden. 43:26 Herdenk toen Abraham tot zijn vader en tot zijn volk zeide: Waarlijk ik ben rein
voor hem zal ik mij op den waren weg richten. 43:28 En hij ( Abraham ) beval, dat dit een vaste leer voor zijn nakomelingschap zo
ig datgene, wat gij zelf zegt. 51:24 Is de geschiedenis van Abraham 's geachte gasten niet tot uwe kennis gekomen? 51:25 Toen zi
Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende. 51:31 En Abraham zeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God
datgene, wat in de boeken van Mozes is bevat. 53:37 En van Abraham , die zijn verbintenissen godvruchtig volbracht? 53:38 Te we
God is sterk en machtig. 57:26 Wij zonden vroeger Noach en Abraham , en wij gaven hunne nakomelingen de gift der profetie en de
iet wat gij doet. 60:4 Gij hebt een uitmuntend voorbeeld in Abraham , en zij die met hem waren, toen zij tot hun volk zeiden: Wa
n ons gekomen, tot gij in God alleen gelooft. Doch gij zult Abraham niet navolgen in hetgeen hij tot zijn vader zeide: Waarlijk
dit is in de oude boeken geschreven. 87:19 In de boeken van Abraham en Mozes. # Sura 88: Al-Ghashiyah 88:1 Heeft het nieuws van
nl/Christendom/Nehemia 1.txt 1
t, en Gij hebt hem uit Ur in Chaldéa uitgevoerd en hebt hem Abraham genoemd, 9:8 en hebt zijn hart getrouw bevonden voor U, en
nl/Bahá'í/Studies/Essays/_Legacy/Sekte of Openbaringsreligie (1984).txt 1
t door een menselijke reformatie opzij kunnen worden gezet. Abraham , Mozes, Krishna, Boeddha, Zoroaster, Christus, Muhammad - a
nl/Christendom/Jeremia 1.txt 1
t David, dat Ik uit hun zaad geen heerser over het zaad van Abraham , Isaäk en Jakob neme; want Ik zal hunne gevangenschap wende
nl/Bahá'í/Studies/Essays/Sekte of Openbaringsreligie.txt 1
t door een menselijke reformatie opzij kunnen worden gezet. Abraham , Mozes, Krishna, Boeddha, Zoroaster, Christus, Muhammad - a
nl/Christendom/_Legacy/Deuteronomium 1.txt 7
n, dat land, hetwelk de Heer gezworen heeft aan uwe vaderen Abraham , Isaäk en Jakob, en hunnen zade na hen te zullen geven. 1:9
w God, u in dat land brengen zal, hetwelk Hij uwen vaderen, Abraham , Isaäk en Jakob, gezworen heeft u te zullen geven; grote en
en opdat Hij het woord houde, hetwelk de Heer uwen vaderen, Abraham , Isaäk en Jakob, gezworen heeft. 9:6 Zo weet nu, dat de Hee
hand uit Egypte gevoerd hebt. 9:27 Gedenk aan uwe knechten, Abraham , Isaäk en Jakob; zie niet op de hardheid en de goddelooshei
zij, gelijk Hij tot u gesproken, en gelijk Hij uwen vaderen Abraham , Isaäk en Jakob gezworen heeft. 29:14 En ik maak dit verbon
opdat gij in het land woont, hetwelk de Heer uwen vaderen, Abraham , Isaäk en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven. Deuter
34:4 En de Heer sprak tot hem: Dit is het land, waarvan Ik Abraham , Isaäk en Jakob gezworen heb, zeggende: Ik zal het uwen zad
nl/Bahá'í/BIC Statements/Bahá'í Vizier.txt 1
. 174 (deel 2). Aboriginals. 153-2:93 Aboriginals. 154-1:42 Abraham en de afgoden-aanbidder. 152-4:167 Adrianopel - Het land va
nl/Christendom/_Legacy/Psalmen 1.txt 4
47:10 De vorsten der volken zijn verzameld tot het volk van Abraham s God; want de schilden der aarde zijn Godes; Hij is zeer ve
an de gerichten zijns monds. 105:6 O zaad van zijnen knecht Abraham , kinderen van Jakob zijnen uitverkorene, 105:7 Hij is de He
tot in duizend geslachten; 105:9 dat Hij gemaakt heeft met Abraham , en aan zijnen eed met Isaäk: 105:10 welken Hij aan Jakob b
oestijn. 105:42 Want Hij gedacht aan zijn heilig woord, tot Abraham , zijnen knecht, gesproken. 105:43 Alzo voerde Hij zijn volk
nl/Bahá'í/Primary texts/'Abdu'l-Bahá/Toespraken in Parijs.htm 4
Waarheid altijd vanuit de horizon van het oosten geschenen. Abraham verscheen in het oosten. In het oosten stond Mozes op om Zi
an de duivel. God heeft u geschapen als de nakomelingen van Abraham en Hij heeft Zijn zegeningen over u uitgestort. Tot u zond
nt van alle heilige leringen. Het was de Liefde van God die Abraham , Isaak en Jakob leidde, die Jozef in Egypte kracht verleend
n God kwamen uit liefde voor dit ene, grote doel. Ziet, hoe Abraham ernaar streefde geloof en liefde onder het volk te brengen,
nl/Christendom/_Legacy/Galaten 1.txt 9
ken der Wet of door de prediking van het geloof? 3:6 Gelijk Abraham Gode geloofd heeft, en het hem tot gerechtigheid gerekend i
s. 3:7 Zo erkent dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abraham s kinderen zijn. 3:8 Want de Schrift heeft te voren gezien,
eloof rechtvaardig zou maken; daarom heeft zij te voren aan Abraham verkondigd: "In u zullen alle volken gezegend worden." 3:9
egenen, die uit het geloof zijn, gezegend met den gelovigen Abraham . 3:10 Want zovelen uit de werken der Wet zijn, die zijn ond
kt is ieder, die aan het hout hangt"; 3:14 --opdat de zegen Abraham s op de heidenen zou komen in Christus Jezus, en wij alzo de
en voegt er ook niets aan toe. 3:16 Nu is immers de belofte Abraham en zijnen zade toegezegd. Hij zegt niet: "Den zaden", als v
werd zij niet door de belofte gegeven; maar God heeft haar Abraham door de belofte geschonken. 3:19 Wat zal dan de Wet? Zij is
Jezus. 3:29 Behoort gij nu aan Christus, zo zijt gij immers Abraham s zaad, en naar de belofte erfgenamen. Galaten 4 4:1 Maar ik
, hoort gij de Wet niet? 4:22 Want er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had, één van de dienstmaagd en één van de vrije.
nl/Bahá'í/Primary texts/'Abdu'l-Bahá/_Legacy/Toespraken in Parijs.txt 4
Waarheid altijd vanuit de horizon van het oosten geschenen. Abraham verscheen in het oosten. In het oosten stond Mozes op om Zi
an de duivel. God heeft u geschapen als de nakomelingen van Abraham en Hij heeft Zijn zegeningen over u uitgestort. Tot u zond
nt van alle heilige leringen. Het was de Liefde van God die Abraham , Isaak en Jakob leidde, die Jozef in Egypte kracht verleend
n God kwamen uit liefde voor dit ene, grote doel. Ziet, hoe Abraham ernaar streefde geloof en liefde onder het volk te brengen,
nl/Christendom/_Legacy/Ezechiel 1.txt 1
inwoners der woestijn in het land van Israël zeggen aldus: Abraham was een éénig man en erfde dit land; maar wij zijn velen: d
nl/Bahá'í/Primary texts/'Abdu'l-Bahá/Beantwoorde Vragen.txt 21
t bestaan van God 00 III De behoefte aan een Opvoeder 00 IV Abraham 00 V Mozes 00 VI Christus 00 VII Mohammed 00 VIII De Báb 00
door deze kracht die boven menselijke kracht uitstijgt. IV Abraham Eén van hen die deze kracht bezaten en er door werden bijge
en die deze kracht bezaten en er door werden bijgestaan was Abraham . En het bewijs hiervan was dat Hij geboren werd in Mesopota
rd en vernietigd, en er geen spoor van Hem zou overblijven. Abraham bereikte toen het gebied van het heilige Land. Zijn vijande
u hij een koning zijn - aan verdelging kon ontsnappen. Maar Abraham hield stand en legde buitengewone vastberadenheid aan de da
generatie. Door deze verbanning kwamen de nakomelingen van Abraham tot vooruitgang en werd hun het heilige Land gegeven. Dit h
eilige Land gegeven. Dit had tot gevolg dat de leringen van Abraham werden verbreid, er een Jakob onder Zijn nakomelingen versc
onden de profeten van Israël zich onder de nakomelingen van Abraham . En zo zal het eeuwig doorgaan. Tenslotte kwamen ten gevolg
deze man een opvoeder of niet? Aangezien de verbanning van Abraham uit Ur naar Aleppo in Syrië dit resultaat had, moeten wij o
ië en naar het heilige land. Zie wat een volmaakte opvoeder Abraham was! V Mozes Mozes was lange tijd schaapherder in de woesti
der heiligen; dat het wezen is van de Wet van Adam, Noach, Abraham , Mozes, Christus, Mohammed, de Báb eb Bahá'u'lláh, en dat b
d. Want alle dagen die kwamen en gingen, waren de dagen van Abraham , Mozes en Christus, of van de andere profeten, maar deze da
an Werkelijkheid bijvoorbeeld zijn stralen in het teken van Abraham en toen daagde hij in het teken van Mozes en werd de horizo
waar zij die ook zagen, maar degenen die gehecht waren aan Abraham , waren van zijn invloeden verstoken, toen hij op de Sinaï s
bstantie van Adams lichaam was leem, maar de substantie van Abraham was zuiver zaad; het staat vast dat het pure en reine zaad
van God. Als Adam een zondaar was, wat is dan de zonde van Abraham ? Wat hebben Izaäk en Jozef misdaan? Waaraan is Mozes schuld
oden boom te naderen, welke zonde beging dan de glorierijke Abraham en waaruit bestond de dwaling van Mozes die met Gods sprak?
rofeetschap die onafhankelijk verschenen, zijn bijvoorbeeld Abraham , Mozes, Christus, Mohammed, de Báb en Bahá'u'lláh. Maar de
is er een bijzondere zegening dat uit de afstammelingen van Abraham alle profeten van de kinderen Israëls gekomen zijn. Dit is
e Schoonheid is eveneens een rechtstreekse afstammeling van Abraham , want Abraham had behalve Ismaël en Izaäk nog andere zonen
s eveneens een rechtstreekse afstammeling van Abraham, want Abraham had behalve Ismaël en Izaäk nog andere zonen die in die dag
nl/Christendom/_Legacy/Exodus 1.txt 7
God verhoorde hun weeklagen, en dacht aan zijn verbond met Abraham , Isaäk en Jakob; 2:25 en God zag op de kinderen Israëls, en
. 3:6 En Hij sprak verder: Ik ben de God uws vaders, de God Abraham s, de God Isaäks en de God Jakobs. En Mozes bedekte zijn aan
nderen Israëls zeggen: De Heer, de God uwer vaderen, de God Abraham s, de God Isaäks en de God Jakobs heeft mij tot u gezonden;
ël, en spreek tot hen: De Heer, de God uwer vaderen, de God Abraham s, de God Isaäks en de God Jakobs is mij verschenen, zeggend
dat u verschenen is de Heer, de God hunner vaderen, de God Abraham s, de God Isaäks en de God Jakobs. 4:6 En de Heer sprak verd
zeide tot hem: Ik ben de Heer. 6:2 En Ik ben verschenen aan Abraham , Isaäk en Jakob als de almachtige God; maar mijn naam Heer
twelk Ik mijne hand opgeheven heb, dat Ik het geven zou aan Abraham , Isaäk en Jakob; dat zal Ik ulieden geven tot een eigendom,
nl/Bahá'í/Primary texts/Universal House of Justice/Internationale Baha'i-Gemeenschap/Baha'u'llah.txt 1
beschikkingen uit het verleden, en in het bijzonder die van Abraham , Christus en Mohammed, hun belangrijkste invloed op de ontw
nl/Christendom/_Legacy/Romeinen 1.txt 9
tigen de wet. Romeinen 4 4:1 Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham , onze vader, naar het vlees verkregen heeft? 4:2 Is Abraham
Abraham, onze vader, naar het vlees verkregen heeft? 4:2 Is Abraham door de werken gerechtvaardigd, zo heeft hij wel roem, maar
wel roem, maar niet bij God. 4:3 Want wat zegt de Schrift? " Abraham heeft God geloofd, en dit is hem tot gerechtigheid gerekend
k over de onbesnedenheid? Wij moeten immers zeggen, dat aan Abraham het geloof gerekend is tot gerechtigheid. 4:10 Hoe is het h
wandelen in de voetstappen des geloofs, hetwelk onze vader Abraham had, toen hij nog onbesneden was. 4:13 Want de belofte, dat
t de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, is Abraham of zijnen zade niet geschied door de wet, maar door de gere
alleen dat onder de wet is, maar ook dat van het geloof van Abraham is, die een vader is van ons allen 4:17 --gelijk geschreven
n Isra‘lieten, die van Isra‘l zijn; 9:7 ook niet allen, die Abraham s zaad zijn, zijn daarom ook kinderen, maar: "In Isaäk zal u
erstoten? Dat zij verre! Want ik ben ook een Isra‘liet, van Abraham s zaad, uit het geslacht van Benjamin. 11:2 God heeft zijn v
nl/Bahá'í/Primary texts/Universal House of Justice/Internationale Baha'i-Gemeenschap/De Kitab-i-Aqdas - zijn plaats in de baha'i-literatuur.htm 1
hijnsel, waarmee de zendingen van transcendente figuren als Abraham , Mozes, Zoroaster, Boeddha, Jezus en Mohammed nauw verbonde
nl/Christendom/Jesaja 1.txt 4
vaardige ten val brengen. 29:22 Daarom spreekt de Heer, die Abraham verlost heeft, tot Jakobs huis: Jakob zal niet meer te scha
a‘l, mijn knecht, Jakob, dien Ik verkoren heb, gij zaad van Abraham , mijnen vriend; 41:9 gij, dien Ik gegrepen heb van de einde
de steengroeve, waaruit gij gegraven zijt; 51:2 aanschouwt Abraham , uwen vader, en Sara, die u gebaard heeft; want Ik riep hem
ich hard jegens mij. 63:16 Gij zijt immers onze Vader; want Abraham weet van ons niet, en Isra‘l kent ons niet, maar Gij, Heer,
nl/Bahá'í/Primary texts/Bahá'u'lláh/_Legacy/De Kitáb-i-Aqdas.txt 1
hijnsel, waarmee de zendingen van transcendente figuren als Abraham , Mozes, Zoroaster, Boeddha, Jezus en Mohammed nauw verbonde
nl/Christendom/Johannes 1.txt 11
d zal u vrij maken. 8:33 Toen antwoordden zij hem: Wij zijn Abraham s zaad, en zijn nooit iemands knechten geweest; hoe zegt gij
maakt, zo zijt gij waarlijk vrij. 8:37 Ik weet wel, dat gij Abraham s zaad zijt; maar gij zoekt mij te doden, want mijn woord dr
vader gezien hebt. 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kin
hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abraham s kinderen waart, dan zoudt gij Abrahams werken doen; 8:40 m
tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, dan zoudt gij Abraham s werken doen; 8:40 maar nu zoekt gij mij te doden, een mens
aarheid gezegd heb, welke ik van God gehoord heb; dit heeft Abraham niet gedaan. 8:41 Gij doet uws vaders werken. Toen zeiden z
Joden tot hem: Nu weten wij, dat gij een bozen geest hebt. Abraham is gestorven, en de profeten, en gij zegt: Zo iemand mijn w
iet smaken in eeuwigheid? 8:53 Zijt gij meer dan onze vader Abraham , die gestorven is? En de profeten zijn gestorven. Wat maakt
, gelijk gij zijt; maar ik ken Hem en houd zijn woord. 8:56 Abraham , uw vader, werd blijde, dat hij mijnen dag zou zien, en hij
n tot hem: Gij zijt nog geen vijftig jaren oud, en hebt gij Abraham gezien? 8:58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg
8:58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg u: Eer Abraham was, ben ik. 8:59 Toen namen zij stenen op om die op hem te
nl/Bahá'í/Primary texts/Bahá'u'lláh/Bloemlezing uit de Geschriften van Baha'u'llah.txt 3
et oordeel uitgesproken door de godgeleerden van Zijn tijd, Abraham , de Vriend van God, hebben verworpen; hoe Mozes, Hij die me
de zijn. XXXII. Dat wat gij gehoord hebt met betrekking tot Abraham , de Vriend van de Albarmhartige, is de waarheid, hierover b
eger tijden werden in die taal geopenbaard. Later verscheen Abraham , de Vriend van God en stortte het licht van goddelijke open
nl/Christendom/Jakobus 1.txt 2
jdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is? 2:21 Is Abraham , onze vader, niet door de werken gerechtvaardigd geworden,
olkomen geworden. 2:23 En de Schrift is vervuld, die zegt: " Abraham heeft God geloofd, en het is hem tot gerechtigheid gerekend
nl/Bahá'í/Primary texts/Bahá'u'lláh/De Kitab-i-Aqdas.txt 1
in zowel de joodse als islamitische traditie een koning die Abraham vervolgde en wiens naam een zinnebeeld werd van grote trots
nl/Christendom/HebreÎn 1.txt 9
16 Want hij neemt nergens de Engelen aan, maar het zaad aan Abraham neemt hij aan. 2:17 Daarom moest hij in alle dingen zijnen
n de standvastigheid de belofte beërven. 6:13 Want toen God Abraham de belofte deed, zwoer Hij bij zichzelven, dewijl Hij bij g
der koningen wederkeerde, en hem zegende; 7:2 aan wien ook Abraham van alles de tienden gaf. Ten eerste betekent zijn naam: ko
uwigheid. 7:4 Merkt nu op, hoe groot diegene is, wien zelfs Abraham , de aartsvader, de tienden gaf van den veroverden buit. 7:5
van hunne broeders te nemen, hoewel zij uit de lendenen van Abraham gekomen zijn; 7:6 maar degene, wiens geslacht niet van hen
eslacht niet van hen wordt afgeleid, die nam de tienden van Abraham , en zegende dengene, die de beloften had. 7:7 Nu is het zon
zo te spreken, zelfs Levi, die de tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven; 7:10 want hij was immers nog in de lendene
igheid, die door het geloof komt. 11:8 Door het geloof werd Abraham gehoorzaam, toen hij geroepen werd om uit te gaan naar het
ij heeft hun ene stad bereid. 11:17 Door het geloof offerde Abraham , toen hij beproefd werd, Isaäk, en gaf den eniggeborene ove
nl/Christendom/Numeri 1.txt 1
jaar af en daarboven, zullen het land niet zien, hetwelk Ik Abraham , Isaäk en Jakob gezworen heb, omdat zij Mij niet getrouw ge
nl/Bahá'í/Primary texts/Bahá'u'lláh/De Kitab-i-Iqan.txt 3
ls algemeen wordt aangenomen. 67 Onder de Boodschappers was Abraham , de Vriend van God. Voordat Hij Zich manifesteerde, had Nim
verscheen er een heraut die door het hele land de komst van Abraham aankondigde. 68 Na Hem kwam Mozes, Hij die met God sprak. D
ur'an 29:2terug 6 Qur'an 35:39terug 7 Qur'an 11:61/2terug 8 Abraham terug 9 Qur'an 40:28terug 10 Qur'an 2:87terug 11 Qur'an 3:70
nl/Christendom/Lukas 1.txt 15
t Isra‘l, 1:55 gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen-- Abraham en zijn zaad in eeuwigheid. -- 1:56 En Maria bleef bij haar
n heilig verbond, 1:73 en aan den eed, dien Hij onzen vader Abraham gezworen heeft, om ons te geven, 1:74 dat wij, verlost uit
oete voort, en begint niet bij uzelve te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God ook uit deze stenen A
m tot een vader; want ik zeg u, dat God ook uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. 3:9 De bijl is reeds aan den wortel
, 3:34 den zoon van Jakob, den zoon van Isaäk, den zoon van Abraham , den zoon van Terah, den zoon van Nahor, 3:35 den zoon van
dt hem heen om hem te drenken? 13:16 Zou deze dan, die toch Abraham s dochter is, welke de satan nu achttien jaren gebonden had,
al geween zijn en geknars der tanden, wanneer gij zien zult Abraham en Isaäk en Jakob en alle profeten in het rijk Gods, maar u
de, dat de arme stierf, en door de Engelen gedragen werd in Abraham s schoot; en de rijke stierf ook, en werd begraven. 16:23 To
was, door pijnen gefolterd, hief hij zijne ogen op, en zag Abraham van verre, en Lazarus in zijnen schoot. 16:24 En hij riep e
Lazarus in zijnen schoot. 16:24 En hij riep en zeide: Vader Abraham , ontferm u over mij, en zend Lazarus, opdat hij het uiterst
e tong verkoele; want ik lijd pijn in deze vlam. 16:25 Maar Abraham zeide: Gedenk, zoon, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw l
pdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging. 16:29 Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de Profeten; dat zij die
ofeten; dat zij die horen. 16:30 Maar hij zeide: Neen vader Abraham , maar zo iemand van de doden tot hen ging, dan zouden zij b
hem: Heden is aan dit huis heil geschied, nademaal ook deze Abraham s zoon is. 19:10 Want des Mensen Zoon is gekomen om te zoeke
geduid bij het braambos, als hij den Heer noemt den God van Abraham en den God van Isaäk en den God van Jakob. 20:38 Maar nu is
nl/Bahá'í/Primary texts/Shoghi Effendi/God Schrijdt Voorbij.txt 9
voor te bereiden. Hij herinnerde hen aan de overwinning van Abraham op Nimrod, van Mozes op de Farao, van Jezus op het joodse v
e men niet kan passeren". Hij stamde aan de ene kant af van Abraham (de Vader van de gelovigen) door zijn vrouw Ketûra en aan d
olge de goddelijke oproep; en bovenal aan de verbanning van Abraham uit Ur der Chaldeeën naar het Beloofde Land - een verbannin
boek "Some Answered Questions" de verreikende gevolgen van Abraham s verbanning te hebben opgesomd, "aangezien de verbanning va
verbanning te hebben opgesomd, "aangezien de verbanning van Abraham uit Ur naar Aleppo in Syrië dit resultaat had, moeten wij o
hoeveelheid tranen die Ik heb vergoten, zoals het vuur van Abraham dat is voor de ontboezeming van Mijn ziel. Jakobs droefheid
van Muhammad, de "goddeloosheid" van Nimrod in de dagen van Abraham ; en kondigt Zijn plan aan "de wereld tot nieuw leven te bre
het Heilige Land werd ontscheept, het Land dat door God aan Abraham was beloofd, dat was geheiligd door de Openbaring van Mozes
de rang van die grootste voorbeelden van verzoening, zoals Abraham s voorgenomen offer van zijn zoon, de kruisiging van Jezus C
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/05 Handelingen.txt 7
ndelen door onze eigen kracht of vroomheid? 3:13 De God van Abraham en van Isaäk en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijn
d, hetwelk God met onze vaderen gemaakt heeft, zeggende tot Abraham : "Door uw zaad zullen alle volken der aarde gezegend worden
, hoort toe. De God der heer lijkheid verscheen onzen vader Abraham , toen hij nog in Mesopotamië was, eer hij woonde in Haran,
en overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham voor geld gekocht had van de zonen van Hemor, den vader van
vader van Sichem. 7:17 Toen nu de tijd der belofte, die God Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk en vermenigvuldigde z
des Heren tot hem: 7:32 "Ik ben de God uwer vaderen, de God Abraham s en de God Isaäks en de God Jakobs." En Mozes begon zeer te
eten ontbinde." 13:26 Gij mannen broeders, gij kinderen van Abraham s geslacht, en wie onder u God vrezen, tot u is het woord de
nl/Bahá'í/Primary texts/Báb/Toespraak van de Báb tot de Letters van de Levende.txt 1
r uw God, de Almachtige. Heeft Hij niet in vervlogen tijden Abraham , ondanks diens schijnbare hulpeloosheid, doen zegevieren ov
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/20 Jakobus.txt 2
jdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is? 2:21 Is Abraham , onze vader, niet door de werken gerechtvaardigd geworden,
olkomen geworden. 2:23 En de Schrift is vervuld, die zegt: " Abraham heeft God geloofd, en het is hem tot gerechtigheid gerekend
nl/Bahá'í/Primary texts/Báb/Toespraak tot de Letters van de Levende.htm 1
r uw God, de Almachtige. Heeft Hij niet in vervlogen tijden Abraham , ondanks diens schijnbare hulpeloosheid, doen zegevieren ov
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/21 1Petrus.txt 1
d stelden, en hare mannen onderdanig waren: 3:6 gelijk Sara Abraham gehoorzaam was en hem heer noemde, wier dochters gij geword
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/03 Lukas.txt 15
t Israël, 1:55 gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen-- Abraham en zijn zaad in eeuwigheid. -- 1:56 En Maria bleef bij haar
n heilig verbond, 1:73 en aan den eed, dien Hij onzen vader Abraham gezworen heeft, om ons te geven, 1:74 dat wij, verlost uit
oete voort, en begint niet bij uzelve te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God ook uit deze stenen A
m tot een vader; want ik zeg u, dat God ook uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. 3:9 De bijl is reeds aan den wortel
, 3:34 den zoon van Jakob, den zoon van Isaäk, den zoon van Abraham , den zoon van Terah, den zoon van Nahor, 3:35 den zoon van
dt hem heen om hem te drenken? 13:16 Zou deze dan, die toch Abraham s dochter is, welke de satan nu achttien jaren gebonden had,
al geween zijn en geknars der tanden, wanneer gij zien zult Abraham en Isaäk en Jakob en alle profeten in het rijk Gods, maar u
de, dat de arme stierf, en door de Engelen gedragen werd in Abraham s schoot; en de rijke stierf ook, en werd begraven. 16:23 To
was, door pijnen gefolterd, hief hij zijne ogen op, en zag Abraham van verre, en Lazarus in zijnen schoot. 16:24 En hij riep e
Lazarus in zijnen schoot. 16:24 En hij riep en zeide: Vader Abraham , ontferm u over mij, en zend Lazarus, opdat hij het uiterst
e tong verkoele; want ik lijd pijn in deze vlam. 16:25 Maar Abraham zeide: Gedenk, zoon, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw l
pdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging. 16:29 Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de Profeten; dat zij die
ofeten; dat zij die horen. 16:30 Maar hij zeide: Neen vader Abraham , maar zo iemand van de doden tot hen ging, dan zouden zij b
hem: Heden is aan dit huis heil geschied, nademaal ook deze Abraham s zoon is. 19:10 Want des Mensen Zoon is gekomen om te zoeke
geduid bij het braambos, als hij den Heer noemt den God van Abraham en den God van Isaäk en den God van Jakob. 20:38 Maar nu is
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/04 Johannes.txt 11
d zal u vrij maken. 8:33 Toen antwoordden zij hem: Wij zijn Abraham s zaad, en zijn nooit iemands knechten geweest; hoe zegt gij
maakt, zo zijt gij waarlijk vrij. 8:37 Ik weet wel, dat gij Abraham s zaad zijt; maar gij zoekt mij te doden, want mijn woord dr
vader gezien hebt. 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kin
hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abraham s kinderen waart, dan zoudt gij Abrahams werken doen; 8:40 m
tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, dan zoudt gij Abraham s werken doen; 8:40 maar nu zoekt gij mij te doden, een mens
aarheid gezegd heb, welke ik van God gehoord heb; dit heeft Abraham niet gedaan. 8:41 Gij doet uws vaders werken. Toen zeiden z
Joden tot hem: Nu weten wij, dat gij een bozen geest hebt. Abraham is gestorven, en de profeten, en gij zegt: Zo iemand mijn w
iet smaken in eeuwigheid? 8:53 Zijt gij meer dan onze vader Abraham , die gestorven is? En de profeten zijn gestorven. Wat maakt
, gelijk gij zijt; maar ik ken Hem en houd zijn woord. 8:56 Abraham , uw vader, werd blijde, dat hij mijnen dag zou zien, en hij
n tot hem: Gij zijt nog geen vijftig jaren oud, en hebt gij Abraham gezien? 8:58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg
8:58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg u: Eer Abraham was, ben ik. 8:59 Toen namen zij stenen op om die op hem te
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/01 Mattheus.txt 7
lachts van Jezus Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham . -- 1:2 Abraham verwekte Isaäk, Isaäk verwekte Jakob; Jakob
Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham. -- 1:2 Abraham verwekte Isaäk, Isaäk verwekte Jakob; Jakob verwekte Juda e
boren is Jezus, genaamd Christus. 1:17 Al de geslachten van Abraham tot op David zijn veertien geslachten en van David tot op d
voort; 3:9 en denkt niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader, want ik zeg u, dat God ook uit deze stenen A
m tot een vader, want ik zeg u, dat God ook uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. 3:10 De bijl is reeds aan den worte
velen zullen komen van het Oosten en van het Westen, en met Abraham en Isaäk en Jakob in het hemelrijk zitten; 8:12 maar de kin
God tot u gesproken is, zeggende: 22:32 "lk ben de God van Abraham en de God van Isaäk en de God van Jakob"? Maar nu is God ni
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/06 Romeinen.txt 9
tigen de wet. Romeinen 4 4:1 Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham , onze vader, naar het vlees verkregen heeft? 4:2 Is Abraham
Abraham, onze vader, naar het vlees verkregen heeft? 4:2 Is Abraham door de werken gerechtvaardigd, zo heeft hij wel roem, maar
wel roem, maar niet bij God. 4:3 Want wat zegt de Schrift? " Abraham heeft God geloofd, en dit is hem tot gerechtigheid gerekend
k over de onbesnedenheid? Wij moeten immers zeggen, dat aan Abraham het geloof gerekend is tot gerechtigheid. 4:10 Hoe is het h
wandelen in de voetstappen des geloofs, hetwelk onze vader Abraham had, toen hij nog onbesneden was. 4:13 Want de belofte, dat
t de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, is Abraham of zijnen zade niet geschied door de wet, maar door de gere
alleen dat onder de wet is, maar ook dat van het geloof van Abraham is, die een vader is van ons allen 4:17 --gelijk geschreven
n Israëlieten, die van Israël zijn; 9:7 ook niet allen, die Abraham s zaad zijn, zijn daarom ook kinderen, maar: "In Isaäk zal u
erstoten? Dat zij verre! Want ik ben ook een Israëliet, van Abraham s zaad, uit het geslacht van Benjamin. 11:2 God heeft zijn v
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/02 Markus.txt 1
God in het bos tot hem sprak, zeggende: "Ik ben de God van Abraham en de God van Isaäk en de God van Jakob"? 12:27 Maar God is
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/09 Galaten.txt 9
ken der Wet of door de prediking van het geloof? 3:6 Gelijk Abraham Gode geloofd heeft, en het hem tot gerechtigheid gerekend i
s. 3:7 Zo erkent dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abraham s kinderen zijn. 3:8 Want de Schrift heeft te voren gezien,
eloof rechtvaardig zou maken; daarom heeft zij te voren aan Abraham verkondigd: "In u zullen alle volken gezegend worden." 3:9
egenen, die uit het geloof zijn, gezegend met den gelovigen Abraham . 3:10 Want zovelen uit de werken der Wet zijn, die zijn ond
kt is ieder, die aan het hout hangt"; 3:14 --opdat de zegen Abraham s op de heidenen zou komen in Christus Jezus, en wij alzo de
en voegt er ook niets aan toe. 3:16 Nu is immers de belofte Abraham en zijnen zade toegezegd. Hij zegt niet: "Den zaden", als v
werd zij niet door de belofte gegeven; maar God heeft haar Abraham door de belofte geschonken. 3:19 Wat zal dan de Wet? Zij is
Jezus. 3:29 Behoort gij nu aan Christus, zo zijt gij immers Abraham s zaad, en naar de belofte erfgenamen. Galaten 4 4:1 Maar ik
, hoort gij de Wet niet? 4:22 Want er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had, één van de dienstmaagd en één van de vrije.
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/05 Deuteronomium.txt 7
n, dat land, hetwelk de Heer gezworen heeft aan uwe vaderen Abraham , Isaäk en Jakob, en hunnen zade na hen te zullen geven. 1:9
w God, u in dat land brengen zal, hetwelk Hij uwen vaderen, Abraham , Isaäk en Jakob, gezworen heeft u te zullen geven; grote en
en opdat Hij het woord houde, hetwelk de Heer uwen vaderen, Abraham , Isaäk en Jakob, gezworen heeft. 9:6 Zo weet nu, dat de Hee
hand uit Egypte gevoerd hebt. 9:27 Gedenk aan uwe knechten, Abraham , Isaäk en Jakob; zie niet op de hardheid en de goddelooshei
zij, gelijk Hij tot u gesproken, en gelijk Hij uwen vaderen Abraham , Isaäk en Jakob gezworen heeft. 29:14 En ik maak dit verbon
opdat gij in het land woont, hetwelk de Heer uwen vaderen, Abraham , Isaäk en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven. Deuter
34:4 En de Heer sprak tot hem: Dit is het land, waarvan Ik Abraham , Isaäk en Jakob gezworen heb, zeggende: Ik zal het uwen zad
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/13 1Kronieken.txt 7
1Kronieken 1 - geslachtsregister van Adam tot Abraham 1:1 Adam, Seth, Enos, 1:2 Kenan, Mahalaleël, Jered, 1:3 Hen
, Peleg, Rehu' 1:26 Serug, Nahor, Terah, 1:27 Abram, dat is Abraham . 1:28 En Abrahams zonen zijn: Izaäk en Ismaël. 1:29 Dit is
26 Serug, Nahor, Terah, 1:27 Abram, dat is Abraham. 1:28 En Abraham s zonen zijn: Izaäk en Ismaël. 1:29 Dit is hun geslacht: Ism
zijn de zonen van Ismaël. 1:32 Voorts de zonen van Ketura, Abraham s bijvrouw: zij baarde hem Zimran, Joksan, Medan, Midian, Ji
h, Abida, Eldaä. Dezen allen zijn zonen van Ketura. 1:34 En Abraham verwekte Izaäk. En Izaäks zonen zijn: Esau en Israël. 1:35
in duizend geslachten, 16:16 hetwelk Hij gemaakt heeft met Abraham , en aan zijnen eed met Isaäk; 16:17 En Hij stelde het Jakob
U gewillig gegeven heeft. 29:18 Heer, God van onze vaderen Abraham , Isaäk en Israël, bewaar eeuwiglijk zulk een zin en zulke g
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/01 Genesis.txt 115
en worden. 17:5 Daarom zult gij niet meer Abram heten, maar Abraham , zal uw naam zijn; want Ik heb u tot een vader van vele vol
ge bezitting, en Ik zal hun God zijn. 17:9 En God sprak tot Abraham : Zo houd nu mijn verbond, gij en uw zaad na u, bij hunne na
ijn verbond heeft nagelaten. 17:15 En God sprak wederom tot Abraham : Gij zult uwe huisvrouw Saraï niet meer Saraï heten, maar S
olken worden, en koningen over vele volken. 17:17 Toen viel Abraham op zijn aangezicht en lachte, en sprak in zijn hart: Zou mi
worden, en zou Sara, negentig jaar oud, nog baren? 17:18 En Abraham sprak tot God: Och dat Ismaël leven mocht voor U! 17:19 Toe
7:22 En Hij hield op met hem te spreken, en God voer op van Abraham . 17:23 Toen nam Abraham zijnen zoon Ismaël en alle knechten
hem te spreken, en God voer op van Abraham. 17:23 Toen nam Abraham zijnen zoon Ismaël en alle knechten, die in zijn huis gebor
voorhuid aan hun vlees, zoals God hem gezegd had. 17:24 En Abraham was negen en negentig jaar oud, toen hij de voorhuid aan zi
n werd; 17:26 op één en denzelfden dag werden zij besneden, Abraham en zijn zoon Ismaël; 17:27 en al wat in zijn huis mannelijk
necht gekomen. Zij spraken: Doe zoals gij gezegd hebt. 18:6 Abraham haastte zich naar de hut tot Sara, en zeide: Haast u en men
ter Hem, achter de deur der hut. 18:11 En zij waren beiden, Abraham en Sara, oud en welbedaagd, zodat het Sara niet meer ging n
d ben en mijn heer ook oud is? 18:13 Toen sprak de Heer tot Abraham : Waarom lacht Sara en zegt: Meent gij, dat het waar is, dat
onden die mannen van daar op en wendden zich naar Sodom, en Abraham ging met hen om hen te geleiden. 18:17 Toen zeide de Heer:
hen te geleiden. 18:17 Toen zeide de Heer: Hoe kan Ik voor Abraham verbergen wat Ik doe, 18:18 daar hij een groot en machtig v
te houden en te doen wat recht en goed is; opdat de Heer op Abraham late komen hetgeen Hij hem toegezegd heeft. 18:20 En de Hee
keerden hun aangezicht van daar en gingen naar Sodom; maar Abraham bleef staan voor den Heer. 18:23 En hij trad tot Hem, en ze
zal Ik het om hunnentwil der gehele plaats vergeven. 18:27 Abraham antwoordde en zeide: Ach, zie! ik heb mij onderwonden met d
tien. 18:33 En de Heer ging heen, toen Hij voleind had met Abraham te spreken, en Abraham keerde weder naar zijne plaats. Gene
ging heen, toen Hij voleind had met Abraham te spreken, en Abraham keerde weder naar zijne plaats. Genesis 19 19:1 En de twee
26 En zijne huisvrouw zag om, en werd een zoutpilaar. 19:27 Abraham nu maakte zich des morgens vroeg op naar de plaats, waar hi
God de steden in die landstreek verdelgde, gedacht Hij aan Abraham , en leidde Lot uit de steden, welke Hij omkeerde, in welke
nderen van Ammon, tot op den dag van heden. Genesis 20 20:1 Abraham nu trok van daar naar het land ten Zuiden, en woonde tussen
, en die mannen waren zeer bevreesd. 20:9 En Abimélech riep Abraham ook en sprak tot hem: Waarom hebt gij ons dat gedaan? En wa
oals men handelen moet. 20:10 En Abimélech sprak verder tot Abraham : Wat hebt gij gezien, dat gij zulks gedaan hebt? 20:11 Abra
aham: Wat hebt gij gezien, dat gij zulks gedaan hebt? 20:11 Abraham sprak: Ik dacht, misschien is er geen vreze Gods in deze pl
imélech schapen en runderen, knechten en maagden, en gaf ze Abraham ; en hij gaf hem zijne huisvrouw Sara weder, 20:15 en sprak:
n uwe eer herstellen, zodat gij gerechtvaardigd zijt. 20:17 Abraham nu bad tot God; toen genas God Abimélech, en zijne huisvrou
gesloten alle baarmoeders van Abimélechs huis, wegens Sara, Abraham s huisvrouw. Genesis 21 21:1 En de Heer bezocht Sara, gelijk
als Hij gesproken had; 21:2 en Sara werd zwanger, en baarde Abraham in zijnen ouderdom een zoon, op den tijd, dien God hem geze
dom een zoon, op den tijd, dien God hem gezegd had. 21:3 En Abraham noemde zijnen zoon, die hem geboren was, dien Sara hem geba
sten dag, gelijk God hem geboden had. 21:5 Honderd jaar was Abraham oud, toen zijn zoon Isaäk hem geboren werd. 21:6 En Sara sp
oort, die zal om mij lachen. 21:7 En zij sprak: Wie zou aan Abraham hebben durven zeggen, dat Sara kinderen zoogde en hem in zi
on gebaard had? 21:8 En dat kind wies, en werd gespeend, en Abraham maakte een groten maaltijd op den dag, toen Isaäk gespeend
En Sara zag, dat de zoon van Hagar, de Egyptische, dien zij Abraham gebaard had, een spotter was, 21:10 en sprak tot Abraham: D
ij Abraham gebaard had, een spotter was, 21:10 en sprak tot Abraham : Drijf deze dienstmaagd uit met haren zoon; want de zoon de
al niet erven met mijnen zoon Isaäk. 21:11 Dit woord beviel Abraham zeer kwalijk vanwege zijnen zoon. 21:12 Maar God sprak tot
een volk maken, omdat hij van uw zaad is. 21:14 Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en nam brood en ene fles met water, e
ien tijd sprak Abimélech, en Pichol zijn krijgsoverste, met Abraham en zeide: God is met u in alles, wat gij doet. 21:23 Zo zwe
land, in hetwelk gij een vreemdeling zijt. 21:24 Toen sprak Abraham : Ik zal zweren. 21:25 En Abraham bestrafte Abimélech over d
ing zijt. 21:24 Toen sprak Abraham: Ik zal zweren. 21:25 En Abraham bestrafte Abimélech over den waterput, dien Abimélechs knec
arenboven heb ik het niet gehoord dan heden. 21:27 Toen nam Abraham schapen en runderen, en gaf ze Abimélech, en zij maakten me
bimélech, en zij maakten met elkander een verbond. 21:28 En Abraham stelde zeven lammeren afzonderlijk. 21:29 Toen sprak Abimél
zeven lammeren afzonderlijk. 21:29 Toen sprak Abimélech tot Abraham : Wat zullen de zeven lammeren, welke gij daar afzonderlijk
n zij trokken weder in het land der Filistijnen. 21:33 Maar Abraham plantte bomen te Ber-Séba, en predikte aldaar den naam des
tijd. Genesis 22 22:1 Na deze geschiedenissen beproefde God Abraham , en sprak tot hem: Abraham! En hij antwoordde: Hier ben ik.
ze geschiedenissen beproefde God Abraham, en sprak tot hem: Abraham ! En hij antwoordde: Hier ben ik. 22:2 En Hij sprak: Neem uw
andoffer op een berg, dien Ik u zeggen zal. 22:3 Toen stond Abraham des morgens vroeg op en zadelde zijnen ezel, en nam met zic
aats, welke God hem gezegd had. 22:4 Op den derden dag hief Abraham zijne ogen op en zag die plaats van verre, 22:5 en sprak to
ij aangebeden hebben, zullen wij weder tot u komen. 22:6 En Abraham nam het hout voor het brandoffer, en legde het op zijnen zo
den gingen te zamen. 22:7 Toen sprak Isaäk tot zijnen vader Abraham : Mijn vader! Abraham antwoordde: Hier ben ik, mijn zoon. En
22:7 Toen sprak Isaäk tot zijnen vader Abraham: Mijn vader! Abraham antwoordde: Hier ben ik, mijn zoon. En hij sprak: Zie, hier
vuur en hout, maar waar is het lam tot het brandoffer? 22:8 Abraham antwoordde: Mijn zoon, God zal zichzelven een lam tot het b
zij kwamen aan de plaats, welke God hem gezegd had, bouwde Abraham aldaar een altaar, en legde het hout daarop, en bond zijnen
oen riep de Engel des Heren tot hem van den hemel en sprak: Abraham , Abraham! Hij antwoordde: Hier ben ik. 22:12 Hij sprak: Sla
de Engel des Heren tot hem van den hemel en sprak: Abraham, Abraham ! Hij antwoordde: Hier ben ik. 22:12 Hij sprak: Sla uwe hand
enigen zoon niet verschoond om Mijnentwil. 22:13 Toen hief Abraham zijne ogen op en zag achter zich een ram, hangende met zijn
erde hem ten brandoffer in plaats van zijnen zoon. 22:14 En Abraham noemde deze plaats: De Heer voorziet. Daarom zegt men nog h
22:15 En de Engel des Heren riep nog eens van den hemel tot Abraham , 22:16 en sprak: Ik heb bij Mijzelven gezworen, spreekt de
t gij mijne stem gehoorzaam zijt geweest. 22:19 Alzo keerde Abraham weder tot zijne jongens; en zij maakten zich op, en trokken
ar. 22:20 Na deze geschiedenissen gebeurde het, dat men aan Abraham bekend maakte: Zie, Milka, heeft uwen broeder Nahor óók kin
huël nu verwekte Rebekka. Deze acht baarde Milka aan Nahor, Abraham s broeder. 22:24 En zijn bijwijf, genaamd Reüma, baarde ook,
th-Arba, hetwelk Hebron heet, in het land Kanaän. Toen kwam Abraham om haar te beklagen en te bewenen. 23:3 Daarna stond hij op
e Vóór mij ligt. 23:5 Toen antwoordden de kinderen van Heth Abraham en spraken tot hem: 23:6 Hoor ons, mijn heer, gij zijt een
en, dat gij in zijn graf uwe dode begraaft. 23:7 Toen stond Abraham op en boog zich voor het volk des lands, namelijk voor de k
onder de kinderen Heths. Toen antwoordde Efron, de Hethiet, Abraham , zodat de kinderen van Heth het hoorden, voor allen, die te
en mijns volks, ter begraving van uwe dode. 23:12 Toen boog Abraham zich voor het volk des lands, 23:13 en sprak met Efron, zod
o zal ik mijne dode aldaar begraven. 23:14 Efron antwoordde Abraham en sprak tot hem: 23:15 Mijn heer, hoor toch naar mij: het
wat is dat tussen u en mij? Begraaf slechts uwe dode. 23:16 Abraham hoorde naar Efron, en woog hem het geld toe, waarvan hij ge
er, in welken de dubbele spelonk is, tegenover Mamré, 23:18 Abraham tot een eigen goed bevestigd, (23-17b) alsmede de spelonk d
zijner stad uit [gingen] en ingingen. 23:19 Daarna begroef Abraham zijne huisvrouw Sara in de dubbele spelonk des akkers tegen
akker, en de spelonk daarin, door de kinderen van Heth aan Abraham bevestigd tot ene erfbegrafenis. Genesis 24 24:1 Abraham wa
an Abraham bevestigd tot ene erfbegrafenis. Genesis 24 24:1 Abraham was oud en welbedaagd, en de Heer had hem gezegend in alles
wederbrengen in dat land, waaruit gij getrokken zijt? 24:6 Abraham sprak tot hem: Wacht u daarvoor, dat gij mijnen zoon daar n
een. 24:9 Toen legde de knecht zijne hand onder de heup van Abraham , zijnen heer, en zwoer hem dat. 24:10 Alzo nam de knecht ti
te scheppen, 24:12 en sprak: Heer, Gij God van mijnen heer Abraham ! kom mij heden te gemoet, en doe barmhartigheid, aan Abraha
braham! kom mij heden te gemoet, en doe barmhartigheid, aan Abraham , mijnen heer. 24:13 Zie, ik sta hier bij den waterput, en d
ethuël, die een zoon was van Milka, de huisvrouw van Nahor, Abraham s broeder, en droeg ene kruik op haren schouder. 24:16 En zi
24:27 en sprak: Geloofd zij de Heer, de God van mijnen heer Abraham , die zijne barmhartigheid en zijne waarheid niet nagelaten
d. En zij antwoordden: Spreek! 24:34 Toen sprak hij: Ik ben Abraham s knecht; 24:35 en de Heer heeft mijnen heer rijkelijk gezeg
wam ik heden tot de put en sprak: Heer, God van mijnen heer Abraham , hebt Gij genade tot mijne reis gegeven, waarop ik mij bevi
anbad den Heer, en loofde den Heer, den God van mijnen heer Abraham , die mij op den rechten weg geleid had, opdat ik voor zijne
n zoon uws heren, zoals de Heer gesproken heeft. 24:52 Toen Abraham s knecht deze woorden hoorde, boog hij zich voor den Heer te
unne zuster Rebekka heentrekken, alsmede hare voedster, met Abraham s knecht en zijne mannen. 24:60 En zij zegenden Rebekka en s
Alzo werd Isaäk getroost over zijne moeder. Genesis 25 25:1 Abraham nam wederom ene vrouw, genaamd Ketura. 25:2 Die baarde hem
ida en Eldaä: dezen allen zijn kinderen van Ketura. 25:5 En Abraham gaf al zijn goed aan Isaäk; 25:6 maar aan de kinderen, welk
en, oostwaarts naar het land van het Oosten. 25:7 Dit nu is Abraham s ouderdom, dien hij bereikt heeft: honderd vijf en zeventig
n Hethiet, die tegenover Mamré ligt, 25:10 in het veld, dat Abraham gekocht had van de kinderen van Heth; daar is Abraham begra
, dat Abraham gekocht had van de kinderen van Heth; daar is Abraham begraven benevens zijne huisvrouw Sara. 25:11 En na Abraham
Abraham begraven benevens zijne huisvrouw Sara. 25:11 En na Abraham s dood zegende God Isaäk zijnen zoon; en hij woonde bij de F
Levenden en Zienden. 25:12 Dit is het geslacht van Ismaël, Abraham s zoon, dien Hagar, Sara's dienstmaagd uit Egypte, hem baard
ver al zijne broeders. 25:19 Dit is het geslacht van Isaäk, Abraham s zoon. Abraham verwekte Isaäk. 25:20 Isaäk nu was veertig j
oeders. 25:19 Dit is het geslacht van Isaäk, Abrahams zoon. Abraham verwekte Isaäk. 25:20 Isaäk nu was veertig jaar oud, toen h
ne duurte in het land, behalve de eerste, die ten tijde van Abraham geweest was. Toen trok Isaäk tot Abimélech, den koning der
geven, en Ik zal mijnen eed bevestigen, dien Ik uwen vader Abraham gezworen heb; 26:4 en Ik wil uw zaad vermenigvuldigen als d
llen alle volken der aarde gezegend worden: 26:5 daarom dat Abraham aan mijne stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden
en zijns vaders gegraven hadden, ten tijde van zijnen vader Abraham , en vulden ze met aarde. 26:16 En Abimélech sprak tot hem:
putten weder opgraven, welke zij ten tijde van zijnen vader Abraham gegraven hadden, welke de Filistijnen toegestopt hadden na
gegraven hadden, welke de Filistijnen toegestopt hadden na Abraham s dood, en noemde ze met dezelfde namen, met welke zijn vade
n hem in dien nacht, en sprak: Ik ben de God van uwen vader Abraham : vrees niet, want Ik ben met u, en wil u zegenen en uw zaad
u zegenen en uw zaad vermenigvuldigen, wegens mijnen knecht Abraham . 26:25 Toen bouwde hij aldaar een altaar, en riep den naam
en menigte volkeren wordt; 28:4 en Hij geve u den zegen van Abraham , u en uwen zade met u, opdat gij het land bezit, in hetwelk
bezit, in hetwelk gij een vreemdeling zijt, hetwelk God aan Abraham gegeven heeft. 28:5 Dus zond Isaäk Jakob heen, om naar Meso
n, welke hij te voren had, Mahalath, de dochter van Ismaël, Abraham s zoon, de zuster van Nebajoth, tot vrouw. 28:10 En Jakob tr
n de Heer stond er bovenop en sprak: Ik ben de Heer, de God Abraham s, uws vaders, en de God Isaäks: het land, op hetwelk gij li
aal veranderd. 31:42 En was de God mijns vaders, de God van Abraham , Hij, dien ook Isaäk vreesde, niet op mijne zijde geweest,
op en dit teken, om elkander te benadelen. 31:53 De God van Abraham en de God van Nahor en de God hunner vaderen zij rechter tu
ene ontkomen. 32:9 Verder sprak Jakob: God van mijnen vader Abraham , en God van mijnen vader Isaäk, Heer! Gij, die tot mij geze
uit uwe lendenen voortkomen. 35:12 En dit land, hetwelk Ik Abraham en Isaäk gegeven heb, wil Ik u geven, en zal het uwen zade
vader Isaäk naar Mamré te Kirjath-Arba, dat is Hebron, waar Abraham en Isaäk vreemdelingen geweest zijn. 35:28 En Isaäk werd ho
ij zegende Jozef en sprak: Die God, voor wien mijne vaderen Abraham en Isaäk gewandeld hebben, die God, die mij al mijn leven l
ingen; dat zij naar mijnen naam en naar dien mijner vaderen Abraham en Isaäk genoemd worden, en dat zij wassen en veel worden o
spelonk, die tegenover Mamré ligt in het land Kanaän, welke Abraham met den akker kocht van Efron, den Hethiet, tot ene erfbegr
den Hethiet, tot ene erfbegrafenis. 49:31 Aldaar hebben zij Abraham begraven, en Sara, zijne huisvrouw; aldaar hebben zij ook I
n, en begroeven hem in de dubbele spelonk des akkers, welke Abraham van Efron, den Hethiet, met den akker tegenover Mamré, tot
u bezoeken en uit dit land voeren in het land, hetwelk Hij Abraham , Isaäk en Jakob bij ede heeft toegezegd. 50:25 Daarom nam J
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/02 Exodus.txt 4
God verhoorde hun weeklagen, en dacht aan zijn verbond met Abraham , Isaäk en Jakob; 2:25 en God zag op de kinderen Israëls, en
. 3:6 En Hij sprak verder: Ik ben de God uws vaders, de God Abraham s, de God Isaäks en de God Jakobs. En Mozes bedekte zijn aan
nderen Israëls zeggen: De Heer, de God uwer vaderen, de God Abraham s, de God Isaäks en de God Jakobs heeft mij tot u gezonden;
ël, en spreek tot hen: De Heer, de God uwer vaderen, de God Abraham s, de God Isaäks en de God Jakobs is mij verschenen, zeggend